Vrijwilligerswerk en sociale dienstplicht
Tijdens mijn rondreis langs PvdA-afdelingen valt op hoeveel werk gedaan wordt door vrijwilligers. Bestuursleden die de afdeling draaiende houden, leden die de website bouwen en bijhouden, leden die het afdelingskrantje maken en bezorgen, leden die met ‘Rood op straat’-acties in wijken en winkelcentra rozen en folders uitdelen. En dat geldt niet alleen voor de PvdA: overal in de samenleving wordt een beroep gedaan op vrijwilligers. Sportverenigingen, vluchtelingenopvang, de zorg voor daklozen en verslaafden, het buurthuis: allemaal voorbeelden van maatschappelijke activititeiten waarbij vrijwilligers een grote rol spelen. Ook naastenzorg is een vorm van vrijwilligerswerk: vaak minder zichtbaar voor de buitenwereld, maar minstens zo belangrijk.
Ik vind dat we eigenlijk allemaal een steentje aan de samenleving zouden moeten bijdragen. Niet alleen om te zorgen dat iedereen die hulp nodig heeft dat ook krijgt, maar ook omdat het goed is dat we ons allemaal bewust zijn (of worden) van het feit dat deel uitmaken van een samenleving geen eenrichtingsverkeer is (u vraagt, wij draaien), waarin de overheid door veel mensen wordt gezien als een afstandelijke instantie die vooral lastig is, te weinig kwaliteit levert en dan meestal ook nog te laat. Vrijwilligerswerk kan en mag natuurlijk nooit kerntaken van de overheid overnemen. Maar in onze geindividualiseerde samenleving lijkt steeds meer het besef te ontbreken dat we uiteindelijk op elkaar zijn aangewezen. Het is steeds meer ieder voor zich. De ongelijkheid in Nederland neemt onder dit kabinet weer toe, de sociale binding wordt minder: veel mensen voelen zich nauwelijks betrokken bij het wel en wee van hun medeburgers – al was het maar omdat in Nederland verschillende werelden aan het ontstaan zijn, van rijk en van arm, van blank en van zwart, van binnensteden en buitenwijken.
Tien jaar geleden werd de dienstplicht afgeschaft. Dat was een logisch gevolg van het einde van de koude oorlog. Maar met de afschaffing van de dienstplicht kwam ook een einde aan een maatschappelijk ritueel, dat jonge mensen niet alleen dwong om gedurende een aantal maanden, cq jaren en bijdrage te leveren aan de samenleving, maar dat er tevens voor zorgde dat bevolkingsgroepen die elkaar anders nooit zouden zijn tegengekomen, toch met elkaar in contact kwamen. Herinvoering van de militaire dienstplicht is onnodig en onwenselijk, al was het maar omdat die beperkt was tot mannen. Een alternatief is wel voorhanden. Dat is de sociale of maatschappelijke dienstplicht, waarbij alle jongeren als onderdeel of na afloop van hun opleiding een bepaalde hoeveelheid ‘vrijwilligerswerk’ voor de samenleving verrichten. Internationaal bestaat zoiets al: twee uur maatschappelijke dienstverlening per week, gedurende twee schooljaren, maakt deel uit van de eisen voor toekenning van het Internationaal Baccalaureaat, de internationale variant van het vwo. Ik ben er voor iets dergelijks ook in Nederland in te voeren, en iedere jongere te vragen, op een manier die bij hem of haar past, een steentje bij te dragen. Door gedurende het schooljaar een paar uur per week, of tijdens schoolvakanties een aantal weken, of na afronding van de opleiding een paar maanden, te helpen in de thuiszorg, in de sportclub, in het verpleeghuis, in het buurthuis, op school of in het opvangcentrum voor daklozen. Of bij een politieke partij natuurlijk. Daarmee ontlasten we de vrijwilligers die nu al zoveel goed werk verrichten, en dragen we bij aan het ontstaan van meer en nieuwe samenhang in een samenleving die nu steeds meer versnipperd raakt.
Ik vind dat we eigenlijk allemaal een steentje aan de samenleving zouden moeten bijdragen. Niet alleen om te zorgen dat iedereen die hulp nodig heeft dat ook krijgt, maar ook omdat het goed is dat we ons allemaal bewust zijn (of worden) van het feit dat deel uitmaken van een samenleving geen eenrichtingsverkeer is (u vraagt, wij draaien), waarin de overheid door veel mensen wordt gezien als een afstandelijke instantie die vooral lastig is, te weinig kwaliteit levert en dan meestal ook nog te laat. Vrijwilligerswerk kan en mag natuurlijk nooit kerntaken van de overheid overnemen. Maar in onze geindividualiseerde samenleving lijkt steeds meer het besef te ontbreken dat we uiteindelijk op elkaar zijn aangewezen. Het is steeds meer ieder voor zich. De ongelijkheid in Nederland neemt onder dit kabinet weer toe, de sociale binding wordt minder: veel mensen voelen zich nauwelijks betrokken bij het wel en wee van hun medeburgers – al was het maar omdat in Nederland verschillende werelden aan het ontstaan zijn, van rijk en van arm, van blank en van zwart, van binnensteden en buitenwijken.
Tien jaar geleden werd de dienstplicht afgeschaft. Dat was een logisch gevolg van het einde van de koude oorlog. Maar met de afschaffing van de dienstplicht kwam ook een einde aan een maatschappelijk ritueel, dat jonge mensen niet alleen dwong om gedurende een aantal maanden, cq jaren en bijdrage te leveren aan de samenleving, maar dat er tevens voor zorgde dat bevolkingsgroepen die elkaar anders nooit zouden zijn tegengekomen, toch met elkaar in contact kwamen. Herinvoering van de militaire dienstplicht is onnodig en onwenselijk, al was het maar omdat die beperkt was tot mannen. Een alternatief is wel voorhanden. Dat is de sociale of maatschappelijke dienstplicht, waarbij alle jongeren als onderdeel of na afloop van hun opleiding een bepaalde hoeveelheid ‘vrijwilligerswerk’ voor de samenleving verrichten. Internationaal bestaat zoiets al: twee uur maatschappelijke dienstverlening per week, gedurende twee schooljaren, maakt deel uit van de eisen voor toekenning van het Internationaal Baccalaureaat, de internationale variant van het vwo. Ik ben er voor iets dergelijks ook in Nederland in te voeren, en iedere jongere te vragen, op een manier die bij hem of haar past, een steentje bij te dragen. Door gedurende het schooljaar een paar uur per week, of tijdens schoolvakanties een aantal weken, of na afronding van de opleiding een paar maanden, te helpen in de thuiszorg, in de sportclub, in het verpleeghuis, in het buurthuis, op school of in het opvangcentrum voor daklozen. Of bij een politieke partij natuurlijk. Daarmee ontlasten we de vrijwilligers die nu al zoveel goed werk verrichten, en dragen we bij aan het ontstaan van meer en nieuwe samenhang in een samenleving die nu steeds meer versnipperd raakt.


<< Home